Wat is interactief voorlezen en hoe werkt het?

Wat is Interactief voorlezen?

Voorlezen is heel gezellig, maar het (voor)lezen van een boek begint niet pas wanneer het boek is opengeslagen en je bij de eerste bladzijde begint te lezen. Ook eindigt het boek niet wanneer het boek wordt dichtgeslagen.
Bij interactief voorlezen gebruik je alle elementen van het boek. Deze vorm van voorlezen laat het kind actief deelnemen aan de leeservaring.

Met onderstaande 10 tips word jij ook een held in het interactief voorlezen.

Interactief voorlezen is: een gesprek vooraf, tijdens het lezen en achteraf.
De kaft en de titel openen het verhaal. Op dit moment kan er besproken worden wat er allemaal zichtbaar is op de kaft en waar het verhaal over kan gaan aan de hand van de titel. Misschien kunnen er wel voorspellingen gedaan worden over het verhaal?

Tijdens het lezen wordt het verhaal regelmatig onderbroken om samen te praten over de illustraties en gebeurtenissen in het boek en de belevingen van het kind. De voorlezer kan vragen stellen aan het kind, maar hij kan ook ingaan op de spontane reacties van het kind. Wellicht roept een gebeurtenis in het boek een ervaring of emotie op bij kinderen waar zij graag over willen vertellen.

Na het lezen van de laatste pagina volgt er weer een gesprek. Ditmaal betreft het meer een samenvatting van het gelezen verhaal en kan er besproken worden of de eerder gemaakte voorspellingen juist waren.

Om de leesbeleving van kinderen te vergroten is dus meer nodig dan enkel het stellen van vragen. Het actief luisteren, samen nadenken, herkennen en praten maakt de leeservaring zo leuk.

Voordelen van interactief voorlezen

Het interactieve element vooraf, tijdens en achteraf, is uitnodigend voor het kind om te reageren op het verhaal. Het kind betrekken bij het lezen stimuleert de (mondelinge) taalvaardigheden.
Interactief voorlezen is een leuke manier om de taalontwikkeling te stimuleren. Deze vorm van voorlezen is een spel in de communicatie om de luistervaardigheid, woordenschat, zinsontwikkeling en het tekstbegrip te vergroten.

Voorleestips

Houd hierbij rekening of het thema aansluit bij de interesses en belevingswereld van het kind. Zijn de illustraties aantrekkelijk en is het verhaal niet te lang? Deze factoren zijn natuurlijk afhankelijk van de leeftijd van het kind.
Ook leuk: kies zelf 2 of 3 boeken en laat het kind hieruit 1 boek kiezen om te lezen!

Om het boek zo goed mogelijk in te kunnen zetten, is het fijn als je het boek al kent. Zo weet je wat er gaat komen en kun je alvast nadenken over mogelijke open vragen of andere situaties in het verhaal waarover je een gesprekje wilt uitlokken.

Lezen is een rustige en aandachtige activiteit. Zorg er dus voor dat je geen haast hebt om het boek ‘uit’ te lezen. Kies een rustig moment op de dag en zorg ervoor dat er geen afleiding is (bijvoorbeeld door de televisie of radio uit te zetten).

Deze tip hangt nauw samen met de voorgaande tip. Naast de rust is ook regelmaat, herkenning en overzicht voor kinderen prettig.
Neem een vaste plek om voor te lezen en, wanneer het kan, ook een vast tijdstip.
Voorlezen kan overdag, maar ook ‘s avonds voor het slapen gaan.

Open vragen lokken veel meer taal uit dan gesloten vragen. Logisch, want open vragen ‘openen’ vaak een gesprek.
Open vragen kun je niet met ‘ja’ of ‘nee’ beantwoorden. Enkele voorbeelden zijn: “wat zou jij doen?”, “wat gaat er denk je nu gebeuren?” of “ben jij ook wel eens ergens bang voor?”.

Maak tijdens het voorlezen oogcontact met het kind. Dit wordt een stuk makkelijker als je het verhaal vooraf hebt gelezen en je dus het verhaal enigszins ‘uit je hoofd’ kent.
Las regelmatig pauzes in om samen te praten, vragen te (laten) stellen of dingen aan te (laten) wijzen op de pagina’s.

Ook met de hele jonge kinderen kun je interactief lezen, ook al kunnen zij nog niet goed praten. Zo kun je wel samen bekijken wat er allemaal te zien is op de tekeningen en dit benoemen. Het kind zal misschien nog niet reageren met woorden maar het zal toch heel aandachtig naar jou luisteren.

Let op jouw intonatie (verschil in toonhoogte en luidheid), een monotone stem is niet interessant om naar te luisteren.
Geef de personages in het boek een eigen stemmetje.

Laat het verhaal nog meer leven door je lichaam en mimiek in te zetten!
Zo kun je bijvoorbeeld zelf een vies gezicht trekken, een schrikreactie laten zien of juist heel opgelucht zijn.

Waarom zou je een prentenboek maar 1 keer voorlezen? Lees een boek meerdere malen voor want hoe vaker een boek wordt voorgelezen aan een kind, hoe meer het kind het verhaal herkent en begrijpt.